Bloed, botten en poep

Smaken verschillen. Mensen over de hele wereld eten zowat alles wat het land, de zee of de lucht voortbrengt. Schepsels en allerlei gekleurd groeiend spul, nog net geen zand en rots. En dat wonderlijke lichaam van ons doet wat het moet doen: voedingsstoffen onttrekken en verwerken. Wat rest is kak. Het mooie is dat er wel wat verschillen zijn te onderscheiden -bruine, zwarte, dunne, dikke, met of zonder restanten en alle mix-varianten daartussen) maar dat het uiteindelijk toch neer komt op een uniforme hoop, zoveel is zeker. En het is ook al zo oud als dat de mens mens genoemd wordt. Stop er een noot in, een kilo biefstuk, een bak champignons, een bil van een bizon, een stuk spek, een bak spaghetti, zult, een appel, kilo zeewier, een portie sushi of een gegrild insect en kijk: enige tijd later volgt er drang en zonder al te veel moeite ligt ie daar te roken en te geuren. Het is daarbij niet zo dat de Chinees een meer geel getinte bolus legt en de Keniaan een zwarte, waar zelfs het omgevingslicht in zou verdwijnen als ware het een zwart gat (dat van hem overigens wel!). Ook is het niet zo dat een Peruaan te onderscheiden valt van de Texaan aan de hand van de RAL-kleur van zijn hoop. Evenmin kunnen we stellen dat het uitpoepsel van een Belg determinerende verschillen vertoont met het uitwerpsel van een Inuit. Waar ik maar mee wil zeggen dat poep ons allen verbindt, beste mensen, we poepen allen bruin of zwart, we bloeden rood en als we genoeg bloeden zien we ook nog dat ons aller botten wit zijn. Eén verbonden ras van rechtop lopende poepende en zogende wezens. Mooi hoor.

Leave a Reply